Let niet op mijn handschrift!

 

Achtergrond bij schrijfproblemen

"Let maar niet op mijn handschrift!" wordt vaak gebruikt als excuus. Soms kunnen leerlingen later hun eigen handschrift niet meer ontcijferen, laat staan dat een ander hun werk kan nakijken en of beoordelen. Juist nu er zoveel schrijfmethoden en schrijfmaterialen op de markt zijn, blijkt dat steeds meer leerlingen schrijfproblemen hebben.

Leerlingen met schrijfproblemen zijn logischerwijs onzeker over hun handschrift. Het schrijven is niet iets waar ze trots op zijn en eigenwaarde aan ontlenen. Deze leerlingen krijgen er moeilijk vat op 'hoe' ze hun handschrift kunnen verbeteren.

Tijdens mijn werk als ergotherapeut met leerlingen met schrijfproblemen, zie ik vaak hiaten in het automatiseringsproces van het leren schrijven. Daarnaast zijn er ook andere factoren, die de schrijfproblemen veroorzaken, zoals problemen in het ruimtelijk inzicht en de fijne motoriek. Ook in de voorwaarden (omgeving) kunnen aanknopingspunten liggen om de schrijfproblemen aan te pakken (meubilair/zithouding/plek in de klas enz.). Regelmatig constateer ik dat de veelheid aan schrijfmaterialen en (schrijf)methoden de schrijfontwikkeling niet bevordert, omdat door diversiteit in het aanbod, structuur en herhaling in het geding komt. De onderstaande voorbeelden uit de praktijk illustreren dat.

  • In groep 3 wordt het leesproces ondersteund met het aanleren van blokletters, terwijl kort daarna het leren schrijven start met het aanleren van verbonden schrift. Het begin van het automatisering proces van het schrijven wordt hierdoor verstoord, omdat leerlingen in korte tijd twee verschillende lettersoorten aangeboden krijgen. Dit kan heel lang een groot probleem blijven, zoals bij deze leerling uit groep 8.

  • Gebruik van wisselende liniatuur door werkboeken, kopieerbladen, standaardschriften en methodische schrijfschriften.

  • Veel schrijfmethoden leren leerlingen te lange lussen en stokken aan en te grote hoofdletters. Binnen het schrijfschrift van de methode geeft dit geen problemen, omdat de voorgedrukte schrijfoefeningen zo gedrukt zijn dat de lussen en de stokken elkaar niet raken. Tijdens het schrijven in 'gewone' schriften gaan de lussen en hoofdlettervormen met elkaar verhaken, omdat leerlingen ze te lang maken Door het verhaken van de letters wordt de leesbaarheid minder en merkt de leerling dat hij letters door elkaar heen gaat schrijven, zonder in de gaten te hebben wat de oorzaak hiervan is.

  • Leerlingen mogen op een te vroeg tijdstip in het schrijfproces 'experimenteren' met hun handschrift. Wanneer de leerling nog geen eigen handschrift heeft geautomatiseerd, werkt dit experimenteren de schrijfontwikkeling alleen maar tegen.

  • Het criterium "Als het maar leesbaar is", maakt dat er minder kritisch gekeken wordt naar de juiste lettervorm en lettergrootte. Regelmatig tref ik leerlingen die blok, verbonden en hoofdletters door elkaar gebruiken binnen het schrijven van één woord.

  • Binnen de reguliere speelgoedhandel zijn oefenboekjes en spelletjes te koop voor jonge kinderen (vanaf 3 jaar) met hierin schrijfpatronen en letters. Wat in deze boekjes wordt aangeboden is zeer divers en sluit niet aan op methodes, die op school gebruikt worden. Er wordt vaak te jong mee begonnen.