Ook niveaus bij schrijfles

Ergotherapeute Gerda Broekstra uit Huizen heeft webwinkel met aangepast schrijfgerei

DOOR PETRA MESSELINK
HUIZEN - Doktersrecepten zijn voor een leek niet te lezen. Niet alleen omdat de medicijnennamen onbekend zijn maar vooral door het slechte handschrift. „En dat terwijl ze de meest verfijnde operaties moeiteloos kunnen uitvoeren. Hieruit blijkt wel dat schrijven meer is dan de motoriek."

 

schrijfvriend.jpg

Dat stelt ergotherapeute Gerda Broekstra uit Huizen. Zij houdt zich in het dagelijks leven veel bezig met schrijven. Eerst deed ze dat bij revalidatie¬centrum en mytylschool De Trappenberg. Nu is ze ambulant begeleider bij Reactys in Baarn. Ze komt veel op basisscholen. Ze bekijkt daar hoe lichamelijk gehandicapte of langdurige zieke kinderen, die via Reactys een 'rug¬zakje' (leerling gebonden budget) krijgen, schrijven.


„Schrijven heeft altijd mijn belangstelling gehad. Leren schrijven vereist structuur, herhaling en eenduidigheid om juiste lettervormen aan te leren. Dit vraagt erom dat scholen schrijftaken op elkaar afstemmen. Kinderen in groep 3 leren vaak eerst het blokschrift aan en gaan pas na de kerst aan elkaar schrijven. Dat is helemaal niet handig. Wat mij betreft kan er beter tot de kerst niet geschreven worden. Dan hoeft het kind het blokschrift niet weer af te leren. Vaak wordt het blokschrift aangeleerd omdat kinderen bij het leren lezen te maken hebben met die letters. Maar lezen en schrijven zijn twee totaal verschillende dingen. Lezen is een waarnemingsproces en schrijven is een vaardigheid."

Het verbaast Broekstra dat bij lezen wel met (AVI)niveaus gewerkt wordt en bij schrijven niet. „Ook bij schrijven zie je veel verschillende niveaus in een klas. Sommige kinderen kunnen vanaf eind groep 4 een normaal schrift met een regelafstand van 8 mm gebruiken. Maar andere kinderen moeten echt nog gebruik maken van hulplijntjes. Vanuit mijn werk heb ik ervaren dat bij schrijven liniatuur (de ruimte tussen de lijnen en hulplijntjes) een grote rol speelt. Leerlingen zijn aangewezen op liniatuur die de boven, romp en onderzone van de letter aangeeft. De liniatuur ondersteunt het maken van de juiste letter. Door het naast elkaar gebruiken van werkboeken, kopieerbladen, methodische schrijfschriften en 'gewone' schriften voor het uitwerken van de lesstof ontbreekt tegenwoordig vaak letterlijk en figuurlijk een duidelijke lijn waarbinnen de leerling schrijft. Tevens is er in de voorgedrukte werkboeken nauwelijks ruimte voor het verbeteren van fouten."

 

De inwoonster van Huizen zou het liefst zien dat scholen niet meer in werkboeken laten schrijven maar altijd gebruik maken van schriften. De leerling kan dan schrijven in schriften die hem of haar de juiste schrijfondersteuning geven. „Mijn ervaring is dat leerlingen (met schrijfproblemen) openstaan voor het schrijven in gewone schriften met structuurlijnen. In de praktijk zijn deze schriften vaak gericht op de onderbouw (in vorm, uitstraling en afmeting) waardoor ze minder geschikt zijn voor midden- en bovenbouw. Daarnaast bieden deze schriften geen opbouw naar leesbaar schrijven in de standaardschriften met een regelafstand van 8 mm. De meeste schriften met steunlijnen op school bevatten de afstand 6-3-6 (letterhoogte 15 mm) of soms 5-2½-5 (letterhoogte 12½ mm). Leerlingen leren zich zo een te grote letter aan voor de standaard liniatuur van 8 mm. Het gevolg hiervan is dat leerlingen te grote letters schrijven, die met elkaar gaan verhaken. Tevens zijn leerlingen geneigd de hele 8 mm liniatuur op te vullen, waardoor het besef van stok, lus en romp weg valt. Dit heeft een onregelmatig handschrift tot gevolg." De ergotherapeute pleit ervoor om kinderen een paar keer per jaar observatiebladen te laten invullen. Op grond van die bladen kan gekeken worden welk schrijfniveau de leerling heeft. Het kind kan dan met de juiste liniatuur werken.

 

„Ik merk bij mijn werk als ergotherapeute dat kinderen het weinig uitdagend vonden om zomaar wat losse dingen op verschillende regels te schrijven. Daarom heb ik observatiebladen met verschillende liniatuur ontwikkeld. Om de kinderen te stimuleren wat meer dan een woord op te schrijven ben ik daarbij uitgegaan van de vragen die in vriendenboekjes gesteld worden. Ik stel op een los blad dezelfde soort vragen. Achter elke vraag is een andere liniatuur aangebracht. Daardoor kun je als leerkracht zien welke liniatuur het beste bij een kind past. Omdat ik merkte dat er op de scholen veel vraag was naar dit soort observatiebladen ben ik in april onder de naam De Schrijfvriend een webwinkel begonnen. Ik verkoop naast de observatiebladen en schriften met diverse liniatuur ook allerlei schrijfgerei. Ik kwam er bij mijn werk namelijk achter dat mijn collega's en ik bepaalde pennen voor leerlingen aanraden die niet bij gewone winkels te koop zijn. Het was zo frustrerend voor leerkrachten en ouders om dan stad en land af te gaan om die pennen te krijgen." Broekstra wil de toekomst ook reken-schriften ontwikkelen. „Het is heel frustrerend voor een kind om rekenfouten te maken, omdat het de cijfers niet goed heeft opgeschreven en/of onder elkaar gezet."

 

          

© De Gooi- en Eemlander 1 september 2009